Door de eeuwen heen hebben Nederlanders grond opgeworpen als toevluchtsoord om zich te beschermen tegen overstromingen en andersoortige aanvallen. Niet alleen de terpen en wierden in Groningen en Friesland zijn hier een voorbeeld van, verspreid door heel Nederland zijn deze landschapselementen terug te vinden. Al deze synthetische "heuvels en bergen" hebben als overeenkomst dat ze werden opgeworpen om er vervolgens op te bouwen. De groene piramide van Leidschenveen wordt in ons ontwerp binnen deze aloude Nederlandse landschapstraditie geplaatst.

De piramide en de bermen eromheen vatten we op als een plaatselijke verbreding van een landschappelijke, ruige rand rondom het gebied: een van de wijk vrijgesneden stuk grond. De verharde wegen vanuit de wijk lopen dood op het schiereiland rondom de piramide. De bezoeker dient zijn weg zonder voet- of fietspaden te vervolgen. Ook staan er geen bankjes of afvalbakken.